Plek
Nieuwveen (dorpskern)
De historische kern is beschermd dorpsgezicht.
Nieuwveen
Wat hier gebeurde
51 gebeurtenissen
Omstreeks de elfde eeuw
De eerste bewoners vestigen zich in de omgeving van Nieuwveen. Zij beginnen met het ontwateren en in cultuur brengen van de veengrond, waardoor deze langzaam geschikt wordt voor landbouw en veeteelt.
Omstreeks het jaar 1200
Op deze plek ontstaat een nederzetting die later Nieuwveen zal heten.
De naam is in de loop van de eeuwen flink veranderd: eerst Nuenvene, vervolgens Nijeveen en Niuweveen, in de zeventiende eeuw Nieuveen, daarna Nieuweveen, en vanaf 1795 Nieuwveen.
Omstreeks het jaar 1300
In de bodem zit een laag laagveen. Het afgraven daarvan komt op gang.
In 1628
Het oudste nu nog bestaande woonhuis van Nieuwveen dateert volgens het Kadaster uit dit jaar.
In de tweede helft van het jaar 1700
Het water van de turfplassen slokt het buurdorp Schoot en de Uiterbuurt op. Nieuwveen ontkomt er maar net aan.
Rijnland in 1615, met Nieuwveen en Nieuwkoop. De kaart is bijna een eeuw ouder dan de gebeurtenis hiernaast en toont het gebied vóór het water zoveel land had ingenomen. Bekijk groter → In het jaar 1724
Nieuwveen wordt niet langer rechtstreeks bestuurd. Eerst deden de Graven van Holland dat, daarna — tot 1724 — de Staten van Holland.
Nieuwveen in de Atlas Schoemaker, achttiende eeuw — het dorp zoals een tekenaar het zag in de eeuw waarin het als heerlijkheid werd verkocht. Bekijk groter → In het jaar 1724
Voor f 15.500,– gaat de heerlijkheid Nieuwveen van de Staten van Holland over op de stad Haarlem.
In 1745
Ambachtsheer Gerrit Willem van der Laan draagt de aangrenzende ambachtsheerlijkheid De Uiterbuurt over aan de stad Haarlem. Daaruit komt de naam Nieuwveen met den Uiterbuurt voort.
De polders onder Kalslagen, Nieuwveen en de Uiterbuurt. De Uiterbuurt, hiernaast als Ambachtsheerlijkheid verkocht, staat er met naam op. Bekijk groter → Vanaf omstreeks 1750 tot 1800
De veenplassen worden steeds groter en er valt in het dorp steeds minder te verdienen. Nieuwveen raakt in crisis en veel veenarbeiders komen zonder werk te zitten. Tegen het einde van de achttiende eeuw wonen er nog maar iets meer dan 500 mensen.
“Nieuwe aftekening tot droogmakinge van de uytgeveende landen”, 1742. Het plan om het water terug te dringen is bijna zestig jaar ouder dan de droogmaking zelf. Bekijk groter → In het jaar 1800
De droogmaking van de veenplassen rond Nieuwveen begint. Zeven windmolens gaan het water uitslaan op de Amstel.
“Nieuwe aftekening tot droogmakinge van de uytgeveende landen”, 1742. Het plan om het water terug te dringen is bijna zestig jaar ouder dan de droogmaking zelf. Bekijk groter → In 1809
De Nieuwkoopse en Zevenhovense droogmakerijpolder is een feit. De droogmaking was een staatsonderneming.
In 1810
De droogmaking komt gereed.
De Zevenhovense polder wordt bemalen door acht vijzelmolens, opgesteld in vier "gangen" van elk twee molens, twee-hoog. Het originele stuk spreekt van een zevental molens; het verschil ligt vermoedelijk in wat men precies tot Nieuwveen rekende.
De polder ligt diep – het waterpeil is NAP −5,90 meter – en heeft veel last van kwel, waardoor dagelijkse bemaling noodzakelijk is en blijft.
Tussen 1810 en 1812
Het land dat door de droogmaking is gewonnen, wordt uitgegeven. Voor het dorp is het een nieuw begin.
Tussen 1812 en 1850
De eerste boerderijen verrijzen in de drooggemaakte polders. Met het werk groeit ook het dorp: meer inwoners, meer huizen.
In 1846
Ook Nieuwveen krijgt een cholera-epidemie te verduren. Tachtig mensen bezwijken eraan, een tiende van de bevolking.
In 1867
Het dorp krijgt zijn eerste openbare straatverlichting: petroleumlantaarns. In de gemeenteraad ging daar een taai gevecht aan vooraf, en ook onder de bevolking stonden voor- en tegenstanders scherp tegenover elkaar.
Op 4 mei 1870
Tegenover het huidige Raadhuis aan de A.H. Kooistrastraat gaat de eerste steen de grond in voor het kerkgebouwtje van de Evangelisatie Vereniging.
Omstreeks 1873
De windmolens die het water uitsloegen, verdwijnen één voor één; stoomgemalen elders nemen hun werk over.
Niet alle molens verdwijnen zo vroeg: de ondermolen H van de Zevenhovense polder aan de Ringdijk, gebouwd in 1810, blijft tot 1926 staan.
Een molen bij Nieuwveen, uit een album van 1851–1891 — uit de jaren waarin de watermolens werden opgeruimd. Bekijk groter → In 1894
In Korteraar wordt het stoomgemaal Nieuwkoop gebouwd naar een ontwerp van W.C. en K. de Wit, voorzien van twee Britse Gwynnes-centrifugaalpompen. Het neemt de bemaling van de droogmakerij over.
In 1898
Voor het eerst wordt in Nieuwveen een fiets met luchtbanden aan een dorpsgenoot verkocht. De koper was gemeentesecretaris W. van der Vos, de leverancier de firma Stichter.
Begin 1900
Op de boerderijen wordt steeds minder zelf boter en kaas gemaakt. Er ontstaan gemengde bedrijven, met akkerbouw naast veehouderij.
Omstreeks 1910
De Nieuwveense boeren beginnen kunstmest te gebruiken.
Omstreeks 1914
Ook in Nieuwveen doen motorrijwielen, personenauto's en vrachtwagens hun intrede.
In 1921
Het gemaal in Korteraar wordt ontstoomd.
In het jaar 1922
Voor het eerst is er elektriciteit in Nieuwveen. Kaarsen en petroleumlampen verdwijnen, elektromotoren doen hun intrede.
In 1922
De petroleumlantaarns uit 1867 maken plaats voor elektrische straatverlichting.
In 1923
Eén brandspuit met benzinemotor vervangt de twee handspuiten. Hij verpompt 900 liter water per minuut.
Op 3 september 1923
Er komt een dagelijkse busdienst op Alphen aan den Rijn en Leiden, opgezet door P. Langhout uit Ter Aar.
Op 16 mei 1924
G. Koppenol uit Nieuwveen begint de eerste dagelijkse busdienst op Amsterdam. Op vrijdag rijdt er een dienst naar Leiden, voor wie de veemarkt daar bezoekt.
In 1927
Het burgemeestersambt, dat van oudsher met Zevenhoven gedeeld werd, wordt gesplitst. Nieuwveen krijgt J.W. Geesink, Zevenhoven W.J. Boxce.
In 1927
Op de gemeentesecretarie verschijnt de eerste schrijfmachine, een Underwood.
De voormalige gemeentesecretarie, tevens postkantoor. Hier stond, volgens het stuk hiernaast, de eerste schrijfmachine van het dorp. Bekijk groter → In 1932
Het drinkwater komt voortaan uit de leiding, van De Elf Gemeenten in Woerden. Regenwater en slootwater raken uit de gratie.
In 1936
Het burgemeestersambt van Nieuwveen wordt samengevoegd met dat van Rijnsaterwoude en Leimuiden. Burgemeester J.A. Bakhuizen, opvolger van J.W. Geesink, woont in Leimuiden en blijft daar wonen. In Nieuwveen viel die constructie niet goed.
Tussen 1940 en 1945
Anders dan in de Eerste Wereldoorlog van 1914–1918 krijgt ook Nieuwveen het zwaar. In de winter van 1944–1945 was voedsel zeer schaars: met geld kwam je weinig verder, met ruilen wel.
Roovers besluit met de opmerking dat Nieuwveen van oorlogshandelingen gespaard bleef. In militaire zin is dat juist, maar het dorp verloor wel degelijk inwoners aan de bezetting.
In de oorlogsjaren
Ook Henk Kooistra komt om. Kooistra en Speelman waren Nieuwveense vrienden die beiden in Amsterdam studeerden, daar al vroeg betrokken raakten bij het verzet en actief waren in de illegale verspreiding van pamfletten en van de kranten "Vrij Nederland" en "Trouw".
Naar beiden zijn na de oorlog straten in het dorp vernoemd; in Nieuwveen staat een oorlogsmonument met hun namen.
Het monument aan het Teylersplein. Op het kruis staan de namen A.H. Kooistra en W.P. Speelman, en de woorden “Van tyrannie bevrijd. 10 mei 1940 – 5 mei 1945”. Bekijk groter → In 1942
De gemeente stelt haar allereerste uitbreidingsplan vast.
Na het jaar 1945
De mechanisatie op de Nieuwveense boerenbedrijven zet door. Werknemers hebben er steeds minder trek in; velen gaan elders aan de slag, in de opkomende industrie en in de woningbouw.
Op 17 februari 1945
Willem Pieter Speelman wordt bij Halfweg gefusilleerd, samen met negen anderen, als represaille voor een aanslag van het verzet op de spoorlijn Amsterdam–Haarlem. Hij was 26 jaar.
Speelman (Sellingen, 20 januari 1919) was een zoon van de Nieuwveense gereformeerde predikant en studeerde economie aan de Vrije Universiteit. Kort na de Duitse inval begon hij pamfletten te schrijven die opriepen tot verzet. Eind 1942 werd hij gearresteerd, maar hij ontsnapte met een in zijn schoenzool verborgen ijzerzaagje. Begin 1943 was hij medeoprichter van de illegale krant Trouw, waarvan hij de spil van het verspreidingsapparaat werd. Op 29 januari 1945 werd hij opnieuw gearresteerd bij een inval in drukkerij S.J.P. Bakker in Amsterdam; bij de verhoren liet hij niets los.
Hij is herbegraven op de Eerebegraafplaats Bloemendaal en ontving postuum het Verzetskruis 1940–1945. Zijn ouders zijn tijdens de bezetting verschillende keren gevangengenomen om de verblijfplaats van hun zoon te achterhalen, en woonden een tijd in Noordwijk om aan de aandacht van de bezetter te ontkomen.
Het monument aan het Teylersplein. Op het kruis staan de namen A.H. Kooistra en W.P. Speelman, en de woorden “Van tyrannie bevrijd. 10 mei 1940 – 5 mei 1945”. Bekijk groter → In 1952
De gemeenteraad stelt een verordening vast die elke straat en weg in Nieuwveen een officiële naam geeft — voor het eerst.
Bij die gelegenheid worden de namen van de twee omgekomen verzetsmensen vastgelegd: de Stationsweg wordt de W.P. Speelmanweg en een deel van de Oude Nieuwveenseweg wordt de A.H. Kooistrastraat. Dat verklaart de straatnamen die Roovers steeds zonder toelichting gebruikt.
In 1953
De Rijkstelefoon in Nieuwveen wordt geautomatiseerd, onder netnummer 01723.
Het eerste hulppostkantoor kwam er al in 1851, ten huize van burgemeester S. van Driel aan de huidige A.H. Kooistrastraat, naast het Raadhuis, in een kamer die als gemeentesecretarie diende. Hij was de eerste kantoorhouder, al heette dat toen nog brievengaarder.
Op 14 november 1969
Nieuwveen bereikt 3000 inwoners. Daaronder vallen de bewoners van de Johannes Stichting en Huize St. Ursula: samen ongeveer 800 mensen, verpleegden en verplegend personeel. Beide instellingen waren in die jaren sterk gegroeid en landelijk bekend geworden.
En dan ten laatste in 1970
Nieuwveen wordt aangesloten op het landelijke aardgasnet. De kolenkachels van oudsher en de oliekachels op huisbrandolie die daarnaast in gebruik waren gekomen, verdwijnen bij bosjes; flessengas (butagas) voor verwarming raakt uit de tijd.
Aan het Jaagpad langs de Amstel is aardgas nog niet beschikbaar.
Hier houdt Roovers' reeks op. Alles hierna komt uit andere bronnen.
Op 1 januari 1988
Nieuwveen telt 3.224 inwoners op een oppervlakte van 863 hectare.
Dat zijn er 224 meer dan de 3.000 van 1969, maar het dorp zelf groeide harder dan dat verschil doet vermoeden: in het cijfer van 1969 telden nog circa 800 verpleegden en verplegenden van de beide inrichtingen mee, en de Johannes Stichting vertrok in 1974 uit Nieuwveen.
Op 1 januari 1989
Bij een gemeentelijke herindeling wordt het noordoostelijke deel van de polder Zevenhoven, "Blokland" genaamd, bij de gemeente Nieuwveen gevoegd. Voorheen behoorde dit gebied tot de gemeente Mijdrecht in de provincie Utrecht.
Het inwonertal stijgt hierdoor naar 3.597. De gemeente bestaat voortaan uit de kernen Nieuwveen, Blokland en een deel van Vrouwenakker.
Op 1 januari 1991
De gemeente Zevenhoven wordt samengevoegd met de gemeente Nieuwveen. De nieuwe gemeente draagt voorlopig de naam Nieuwveen.
Daarmee komt een eind aan het zelfstandige bestaan van de buurgemeente waarmee Nieuwveen tot 1927 zelfs de burgemeester deelde.
Op 1 januari 1994
De gemeente wordt omgedoopt tot LIEMEER. Na eeuwen verdwijnt de naam Nieuwveen als gemeentenaam van de kaart; het dorp blijft uiteraard bestaan.
De gemeente Liemeer omvat Nieuwveen, Zevenhoven, Noorden en Vrouwenakker.
De gemeentevlag uit 1968. In 1994 verdween de naam Nieuwveen als gemeentenaam, en de vlag met haar. Bekijk groter → In 2003
De protestantse basisschool in Nieuwveen sluit haar deuren wegens een tekort aan leerlingen.
In 2026
De woonplaats Nieuwveen telt 4.559 inwoners, tegen 3.742 in 2013 – een groei van 22 procent in dertien jaar. Er zijn 1.641 woningen, waarvan ongeveer driekwart koopwoning.
De historische kern van het dorp is een beschermd dorpsgezicht.