Omstreeks de elfde eeuw
De eerste bewoners vestigen zich in de omgeving van Nieuwveen. Zij beginnen met het ontwateren en in cultuur brengen van de veengrond, waardoor deze langzaam geschikt wordt voor landbouw en veeteelt.
1050 – 2026
Honderdzevenendertig gebeurtenissen over 976 jaar. Ze liggen niet gelijkmatig: tussen 1830 en 1970 staat bijna alles, daarvoor bijna niets.
De ware schaal: elk streepje is een gebeurtenis, op de echte jaartallen.
Zoekt in de koppen en de tekst.
137 van 137 getoond
Binnen een tijdperk klopt de schaal; tussen tijdperken is er tijd ingekort.
De eerste bewoners vestigen zich in de omgeving van Nieuwveen. Zij beginnen met het ontwateren en in cultuur brengen van de veengrond, waardoor deze langzaam geschikt wordt voor landbouw en veeteelt.
Op deze plek ontstaat een nederzetting die later Nieuwveen zal heten.
De naam is in de loop van de eeuwen flink veranderd: eerst Nuenvene, vervolgens Nijeveen en Niuweveen, in de zeventiende eeuw Nieuveen, daarna Nieuweveen, en vanaf 1795 Nieuwveen.
In de bodem zit een laag laagveen. Het afgraven daarvan komt op gang.
Aan de Kerkstraat staat op dat moment al een klein rooms-katholiek kerkje.
De oudste harde vermelding van de dorpsnaam. Graaf Willem III geeft toestemming "die leenacker legghende bi der kerc lane te Nuwenvene" te verkopen. Daarmee staan zowel de naam Nuwenvene als de Kerkstraat – toen "der kerc lane" – in 1331 op schrift.
De middeleeuwse kerk was toegewijd aan de heilige Nicolaas en werd door de Graven van Holland begeven.
Graaf Willem laat weten geen bezwaar te hebben tegen de verwisseling van Willem van Schade, priester te Nieuwveen, met ene Servaas, priester te Bunschoten.
Aan de Kerkstraat verrijst een nieuwe rooms-katholieke kerk, in de plaats van het kerkje dat er al stond. Dat oude kerkje was gewijd aan de heilige Anna; de nieuwe kerk kreeg de heilige Nicolaas als patroonheilige.
De Hervorming bereikt Nieuwveen. De kerk aan de Kerkstraat uit 1559 komt in hervormde handen. De katholieken van het dorp gaan voortaan naar de parochie Zevenhoven.
Het oudste nu nog bestaande woonhuis van Nieuwveen dateert volgens het Kadaster uit dit jaar.
Naast de hervormde kerk aan de Kerkstraat blijkt dan al een algemene dorpsschool te staan.
Het water van de turfplassen slokt het buurdorp Schoot en de Uiterbuurt op. Nieuwveen ontkomt er maar net aan.
Rijnland in 1615, met Nieuwveen en Nieuwkoop. De kaart is bijna een eeuw ouder dan de gebeurtenis hiernaast en toont het gebied vóór het water zoveel land had ingenomen. Bekijk groter → Nieuwveen wordt niet langer rechtstreeks bestuurd. Eerst deden de Graven van Holland dat, daarna — tot 1724 — de Staten van Holland.
Nieuwveen in de Atlas Schoemaker, achttiende eeuw — het dorp zoals een tekenaar het zag in de eeuw waarin het als heerlijkheid werd verkocht. Bekijk groter → Voor f 15.500,– gaat de heerlijkheid Nieuwveen van de Staten van Holland over op de stad Haarlem.
Ambachtsheer Gerrit Willem van der Laan draagt de aangrenzende ambachtsheerlijkheid De Uiterbuurt over aan de stad Haarlem. Daaruit komt de naam Nieuwveen met den Uiterbuurt voort.
De polders onder Kalslagen, Nieuwveen en de Uiterbuurt. De Uiterbuurt, hiernaast als Ambachtsheerlijkheid verkocht, staat er met naam op. Bekijk groter → De veenplassen worden steeds groter en er valt in het dorp steeds minder te verdienen. Nieuwveen raakt in crisis en veel veenarbeiders komen zonder werk te zitten. Tegen het einde van de achttiende eeuw wonen er nog maar iets meer dan 500 mensen.
“Nieuwe aftekening tot droogmakinge van de uytgeveende landen”, 1742. Het plan om het water terug te dringen is bijna zestig jaar ouder dan de droogmaking zelf. Bekijk groter → Aan wat nu de Uiterbuurtweg is, verrijst de korenmolen De Fortuijn.
Een korenmolen in Nieuwveen, uit een foto-album. Of dit “De Fortuijn” is die hiernaast wordt opgericht, zegt de bron niet. Bekijk groter → De droogmaking van de veenplassen rond Nieuwveen begint. Zeven windmolens gaan het water uitslaan op de Amstel.
“Nieuwe aftekening tot droogmakinge van de uytgeveende landen”, 1742. Het plan om het water terug te dringen is bijna zestig jaar ouder dan de droogmaking zelf. Bekijk groter → De Nieuwkoopse en Zevenhovense droogmakerijpolder is een feit. De droogmaking was een staatsonderneming.
De droogmaking komt gereed.
De Zevenhovense polder wordt bemalen door acht vijzelmolens, opgesteld in vier "gangen" van elk twee molens, twee-hoog. Het originele stuk spreekt van een zevental molens; het verschil ligt vermoedelijk in wat men precies tot Nieuwveen rekende.
De polder ligt diep – het waterpeil is NAP −5,90 meter – en heeft veel last van kwel, waardoor dagelijkse bemaling noodzakelijk is en blijft.
Het land dat door de droogmaking is gewonnen, wordt uitgegeven. Voor het dorp is het een nieuw begin.
De eerste boerderijen verrijzen in de drooggemaakte polders. Met het werk groeit ook het dorp: meer inwoners, meer huizen.
De Aar wordt flink verbeterd en het Aarkanaal gegraven. De oude brug, de Duivelsbrug, maakt plaats voor een houten dubbele ophaalbrug die de Kattenbrug gaat heten.
De Kattenbrug over het Aarkanaal. Het kanaal hiernaast gegraven, de brug er nog steeds overheen. Bekijk groter → De Duivelssluis, de sluis in de Aar bij de Duivelsbrug, raakt buiten gebruik. Bij het Tolhuis onder Leimuiden komt een nieuw sluizencomplex voor in de plaats.
In de Kerkstraat wordt voortaan een veemarkt gehouden.
Naast de hervormde kerk aan de Kerkstraat opent een nieuwe algemene dorpsschool.
De schoolmeesterswoning. Of dit de meester van de school hiernaast huisvestte, zegt de bron niet — het huis staat er nog. Bekijk groter → De kerk aan de Kerkstraat, in 1559 door de katholieken gebouwd en sinds 1578 hervormd, gaat tegen de vlakte.
Een waarschijnlijke oorzaak van de slechte staat van het gebouw is de droogmaking van de polder twintig jaar eerder: de kerk stond aan de rand van de drooggemaakte polder, waardoor de fundamenten verzakten.
De eerste steen wordt gelegd voor de nieuwe Herv. kerk op hetzelfde terrein. De architect is Elsmeyer uit Nieuwkoop.
De toren was op grond van de Staatsregeling van 1798 eigendom van de burgerlijke gemeente geworden en wordt daarom in gemeentelijke opdracht herbouwd, naar ontwerp van Theo Molkenboer uit Leiden. De kosten worden begroot op 2.100 gulden.
De nieuwe Hervormde kerk in de Kerkstraat wordt in gebruik genomen.
De kerk die hiernaast in 1832 in gebruik wordt genomen, ruim honderdveertig jaar later. Bekijk groter → Nieuwveen krijgt zijn eerste industrie: de houtzaagmolen De Angenieta, nabij de Kattenbrug, opgericht door Jeremias Schoenmakers — zoon van de hervormde predikant Pieter Schoenmakers. Het Zaagmolenpad is naar deze molen genoemd.
Ook Nieuwveen krijgt een cholera-epidemie te verduren. Tachtig mensen bezwijken eraan, een tiende van de bevolking.
Aan de Dorpsstraat laat de hervormde predikant Pieter Schoenmakers een groot herenhuis zetten. Daaruit groeit later Sassenoord, en in 1935 Huize Sint Ursula.
Voor de Hervormde kerk wordt een tweeklaviers orgel gebouwd door H. Knipscheer, met tien registers. Het instrument is vrijwel ongeschonden bewaard gebleven; het vrije pedaal is een latere uitbreiding uit 1968.
Het interieur naar het orgel toe. Het instrument hiernaast is in 1858 gebouwd door H. Knipscheer. Bekijk groter → De Leidse onderneming De Volharding begint een stoombootdienst op Amsterdam en op Leiden, ook voor passagiers. Bij de Kattenbrug lag de aanlegsteiger.
Enkele Nieuwveense katholieken verzoeken de bisschop van Haarlem om als zelfstandige parochie verder te mogen. Tot dan toe gingen zij in Zevenhoven ter kerke.
De parochie H. Nicolaas wordt gesticht, twee jaar vóór de ingebruikname van het kerkgebouw.
Nieuwveen op de gemeentekaart van Kuyper, omstreeks 1866 — het dorp zoals het lag toen de parochie werd gesticht. Bekijk groter → Het dorp krijgt zijn eerste openbare straatverlichting: petroleumlantaarns. In de gemeenteraad ging daar een taai gevecht aan vooraf, en ook onder de bevolking stonden voor- en tegenstanders scherp tegenover elkaar.
Aan de Dorpsstraat gaat de eerste rooms-katholieke kerk sinds de Hervorming open. Een toren zat er nog niet bij; die zou volgen zodra het geld er was.
De R.K. kerk aan de Dorpsstraat, de eerste na de Hervorming. Bekijk groter →
Tegenover het huidige Raadhuis aan de A.H. Kooistrastraat gaat de eerste steen de grond in voor het kerkgebouwtje van de Evangelisatie Vereniging.
De windmolens die het water uitsloegen, verdwijnen één voor één; stoomgemalen elders nemen hun werk over.
Niet alle molens verdwijnen zo vroeg: de ondermolen H van de Zevenhovense polder aan de Ringdijk, gebouwd in 1810, blijft tot 1926 staan.
Een molen bij Nieuwveen, uit een album van 1851–1891 — uit de jaren waarin de watermolens werden opgeruimd. Bekijk groter →
Tegenover de rooms-katholieke kerk aan de Dorpsstraat opent de eerste rooms-katholieke lagere school.
Een grote brand treft het dorp. Aan de huidige A.H. Kooistrastraat en in de Kerkstraat gaan twee kapitale boerderijen, een café en een tiental woningen verloren, en met hen een groot deel van het gemeentearchief.
Op de hoek van de Kerkstraat opent de eerste christelijke lagere school.
De rooms-katholieke kerk aan de Dorpsstraat, in gebruik sinds 1867, krijgt alsnog een toren. Pastoor J.J. Bruijstens betaalde die uit eigen zak.
De toren is ontworpen door Everardus Margry uit Rotterdam, die ook de kerk in Hoogmade en de St. Bonifatiuskerk in Alphen aan den Rijn ontwierp. De hoogte inclusief kruis is 48 meter; de spits alleen is 22 meter.
In het portaal bevinden zich twee monumentale gedenkstenen: één uit 1559, afkomstig uit de eerste Nicolaaskerk in de Kerkstraat, en één uit 1740, afkomstig uit de oude pastorie van Zevenhoven.
De toren met de ingangspartij. De pastoor betaalde hem, volgens het stuk hiernaast, uit eigen zak. Bekijk groter → Oprichting van de Vereniging Johannes Stichting door dr. J. Sasse.
De voorgeschiedenis begint eerder: evangelist Smit ving kinderen uit de grote steden op in het Polderhuis, dat op de kruising in het dorp stond. Hieruit kwamen zowel de Marthastichting als de Johannes Stichting voort.
Het doel was het beheren van een inrichting voor oude en zwakke mensen die zich niet staande konden houden en niet door hun familie werden verzorgd – in de eigen formulering: "verstoten, onverzorgde, hulpbehoevende, oude, zwakke of gebrekkige personen, hetzij gehuwd of ongehuwd". Mannen en vrouwen woonden aanvankelijk gescheiden.
Aan de straat die toen in de volksmond nog Dorpsstraat heette en nu A.H. Kooistrastraat is, wordt de eerste steen gelegd voor de Johannes Stichting.
Dr. Sasse stelt voor het orgel van zijn Johannesstichting wekelijks op zondag naar de school over te brengen, om de kerkzang van de gereformeerden te begeleiden.
In Korteraar wordt het stoomgemaal Nieuwkoop gebouwd naar een ontwerp van W.C. en K. de Wit, voorzien van twee Britse Gwynnes-centrifugaalpompen. Het neemt de bemaling van de droogmakerij over.
De Gereformeerde Kerk aan de Kerkstraat gaat open.
Houtzaagmolen De Angenieta bij de Kattenbrug, uit 1846, gaat met houtloodsen en al tegen de vlakte. Pieter Schoenmakers zet het bedrijf van de firma J. Schoenmakers voort aan de Amsterdamse Houthaven, waar het tot grote bloei komt.
Het Zaagmolenpad. De houtzaagmolen die hiernaast wordt afgebroken is weg; zijn naam ligt nog in de straat. Bekijk groter → Voor het eerst wordt in Nieuwveen een fiets met luchtbanden aan een dorpsgenoot verkocht. De koper was gemeentesecretaris W. van der Vos, de leverancier de firma Stichter.
Op de boerderijen wordt steeds minder zelf boter en kaas gemaakt. Er ontstaan gemengde bedrijven, met akkerbouw naast veehouderij.
Er wordt een Boerenleenbank opgericht, tegenwoordig beter bekend als Raiffeisenbank.
Aan de Oude Nieuwveenseweg verrijzen de gebouwen van coöperatie Ons Belang, voor malerij en veevoeder. Ze staan op het terrein waar van 1846 tot 1896 de houtzaagmolen van de firma J. Schoenmakers stond.
De Nieuwveense boeren beginnen kunstmest te gebruiken.
Coöperatie Ons Belang, sinds 1905 aan de Oude Nieuwveenseweg gevestigd, bouwt bij.
Het stationsgebouw van Nieuwveen wordt gebouwd, naar het type Hesm I.
Het stationsgebouw in 2017. De lijn is in 1936 opgeheven, het gebouw bleef staan. Bekijk groter → Elim, de dependance van de Johannes Stichting aan de Kerkstraat waar vrouwen woonden, brandt af. Persoonlijke ongelukken bleven uit.
Na deze brand woonden mannen en vrouwen in één pand.
Langs het Jaagpad aan de Amstel begint de tuinderij: het kweken van groenten, aanvankelijk in de koude grond.
Ook in Nieuwveen doen motorrijwielen, personenauto's en vrachtwagens hun intrede.
Opening van de spoorweg-verbinding tussen Uithoorn en Alphen aan den Rijn, met o.a. een station "Nieuwveen", gelegen aan het einde van de tegenwoordige W.P. Speelmanweg.
Het originele stuk noemt 1916 als openingsjaar en Amsterdam als eindpunt; de lijn liep van Uithoorn naar Alphen aan den Rijn en werd op 1 augustus 1915 geopend.
De lijn was 23 kilometer lang en werd aangelegd door de Hollandsche Electrische-Spoorweg-Maatschappij als onderdeel van de Haarlemmermeerspoorlijnen. Omdat er vooral tuinbouwproducten over werden vervoerd, kreeg zij in de volksmond de bijnaam "het bonenlijntje".
De gemeenteraad schaft de kermis af, die van oudsher in de Kerkstraat werd gehouden.
De HESM opent vanuit Nieuwveen een korte zijtak voor goederenvervoer naar Papenveer. Het station daar krijgt de naam van het twee kilometer verderop gelegen Ter Aar.
De zijtak Nieuwveen–Ter Aar op een kaart uit 1914, bij het renteloze voorschot uit 's rijks schatkist waarmee de lijn werd aangelegd. Bekijk groter → De stoombootdiensten op Amsterdam en Leiden worden opgeheven. De Leidse onderneming De Volharding had ze sinds 1860 onderhouden.
Voor het eerst is er elektriciteit in Nieuwveen. Kaarsen en petroleumlampen verdwijnen, elektromotoren doen hun intrede.
De petroleumlantaarns uit 1867 maken plaats voor elektrische straatverlichting.
De gemeenteraad schaft de veemarkt in de Kerkstraat af, die sinds 1828 werd gehouden. De belangstelling was al rond 1900 sterk teruggelopen.
Eén brandspuit met benzinemotor vervangt de twee handspuiten. Hij verpompt 900 liter water per minuut.
Er komt een dagelijkse busdienst op Alphen aan den Rijn en Leiden, opgezet door P. Langhout uit Ter Aar.
G. Koppenol uit Nieuwveen begint de eerste dagelijkse busdienst op Amsterdam. Op vrijdag rijdt er een dienst naar Leiden, voor wie de veemarkt daar bezoekt.
De huidige Kattenbrug wordt gebouwd.
Zij verving de houten dubbele ophaalbrug uit 1823–1825. Roovers noemt op dit punt 1824 als bouwjaar van die houten brug, en elders 1823–1825.
De brug die hiernaast in 1925 de houten ophaalbrug verving. Bekijk groter → De ondermolen H van de Zevenhovense polder aan de Ringdijk, gebouwd in 1810, verdwijnt. Het restant staat er nog en is als woning in gebruik.
Het burgemeestersambt, dat van oudsher met Zevenhoven gedeeld werd, wordt gesplitst. Nieuwveen krijgt J.W. Geesink, Zevenhoven W.J. Boxce.
De Kerkstraat, tot dan toe verhard met fijn grind, krijgt als eerste weg in het dorp een laag wegenteer.
Op de gemeentesecretarie verschijnt de eerste schrijfmachine, een Underwood.
De voormalige gemeentesecretarie, tevens postkantoor. Hier stond, volgens het stuk hiernaast, de eerste schrijfmachine van het dorp. Bekijk groter → De Johannes Stichting breidt uit met een tweede huis, Sterrenberg te Huis ter Heide.
De zusters Ursulinen van Bergen worden uitgezonden naar Den Haag en Leiden om daar internaten op te richten: Huize Angela en het Lidwinahuis.
Het drinkwater komt voortaan uit de leiding, van De Elf Gemeenten in Woerden. Regenwater en slootwater raken uit de gratie.
Oprichting van de voetbalvereniging s.v. Nicolaas Boys, met een terrein aan de tegenwoordige W.P. Speelmanweg.
Buitenplaats Sassenoord aan de Dorpsstraat, ooit gesticht door ds. Pieter Schoenmakers, is gekocht door de St. Joseph Stichting in Bergen (N.H.) en wordt een rooms-katholiek internaat voor verstandelijk gehandicapte kinderen — in de woorden van die tijd: geestelijk gestoorde kinderen. Het huis gaat Huize Sint Ursula heten.
Korenmolen De Fortuijn aan de Uiterbuurtweg, gebouwd in 1800, wordt gesloopt. Daarmee verdwijnt de laatste molen uit Nieuwveen.
Het burgemeestersambt van Nieuwveen wordt samengevoegd met dat van Rijnsaterwoude en Leimuiden. Burgemeester J.A. Bakhuizen, opvolger van J.W. Geesink, woont in Leimuiden en blijft daar wonen. In Nieuwveen viel die constructie niet goed.
Opheffing van de spoorweg-verbinding Uithoorn – Alphen aan den Rijn, met als gevolg sluiting van het station Nieuwveen.
De verbinding was van meet af aan onrendabel geweest. Het stationsgebouw uit 1913 blijft staan en is thans in gebruik als kantoorruimte, aan de W.P. Speelmanweg 39a.
Aan de A.H. Kooistrastraat gaat het Raadhuis officieel open.
De Nederlands-hervormde pastorie tegenover de rooms-katholieke kerk aan de Dorpsstraat doet dienst als Schreibstube voor de Duitse militairen die in Nieuwveen zijn ingekwartierd.
Anders dan in de Eerste Wereldoorlog van 1914–1918 krijgt ook Nieuwveen het zwaar. In de winter van 1944–1945 was voedsel zeer schaars: met geld kwam je weinig verder, met ruilen wel.
Roovers besluit met de opmerking dat Nieuwveen van oorlogshandelingen gespaard bleef. In militaire zin is dat juist, maar het dorp verloor wel degelijk inwoners aan de bezetting.
Ook Henk Kooistra komt om. Kooistra en Speelman waren Nieuwveense vrienden die beiden in Amsterdam studeerden, daar al vroeg betrokken raakten bij het verzet en actief waren in de illegale verspreiding van pamfletten en van de kranten "Vrij Nederland" en "Trouw".
Naar beiden zijn na de oorlog straten in het dorp vernoemd; in Nieuwveen staat een oorlogsmonument met hun namen.
Het monument aan het Teylersplein. Op het kruis staan de namen A.H. Kooistra en W.P. Speelman, en de woorden “Van tyrannie bevrijd. 10 mei 1940 – 5 mei 1945”. Bekijk groter → De gemeente stelt haar allereerste uitbreidingsplan vast.
Drie joodse bewoners van de Johannesstichting worden opgepakt, gedeporteerd naar Kamp Vught en kort daarna in vernietigingskamp Sobibor vermoord. Twee van hen waren Mozes Ricardo (geboren 29 december 1881) en Rebekka Worms (geboren 21 september 1891).
Willem Pieter Speelman wordt bij Halfweg gefusilleerd, samen met negen anderen, als represaille voor een aanslag van het verzet op de spoorlijn Amsterdam–Haarlem. Hij was 26 jaar.
Speelman (Sellingen, 20 januari 1919) was een zoon van de Nieuwveense gereformeerde predikant en studeerde economie aan de Vrije Universiteit. Kort na de Duitse inval begon hij pamfletten te schrijven die opriepen tot verzet. Eind 1942 werd hij gearresteerd, maar hij ontsnapte met een in zijn schoenzool verborgen ijzerzaagje. Begin 1943 was hij medeoprichter van de illegale krant Trouw, waarvan hij de spil van het verspreidingsapparaat werd. Op 29 januari 1945 werd hij opnieuw gearresteerd bij een inval in drukkerij S.J.P. Bakker in Amsterdam; bij de verhoren liet hij niets los.
Hij is herbegraven op de Eerebegraafplaats Bloemendaal en ontving postuum het Verzetskruis 1940–1945. Zijn ouders zijn tijdens de bezetting verschillende keren gevangengenomen om de verblijfplaats van hun zoon te achterhalen, en woonden een tijd in Noordwijk om aan de aandacht van de bezetter te ontkomen.
Het monument aan het Teylersplein. Op het kruis staan de namen A.H. Kooistra en W.P. Speelman, en de woorden “Van tyrannie bevrijd. 10 mei 1940 – 5 mei 1945”. Bekijk groter → De tuinderij langs het Jaagpad aan de Amstel schakelt over van groenten naar bloemen.
Het Jaagpad langs de Amstel, waar de tuinderij overging op de bloementeelt. Bekijk groter → De mechanisatie op de Nieuwveense boerenbedrijven zet door. Werknemers hebben er steeds minder trek in; velen gaan elders aan de slag, in de opkomende industrie en in de woningbouw.
Aan het Jaagpad komen er gestaag verwarmde kassen bij voor de bloementeelt. De groenteteelt loopt verder terug.
De gemeente bouwt aan de W.P. Speelmanweg de eerste woningwetwoningen, vier stuks, met rijkssubsidie.
Naast zijn huis aan de Oude Nieuwveenseweg richt dierenarts Adr. Boogaerdt een klein dierenziekenhuis in, met operatiekamer, voor vee zowel als voor huisdieren.
De gemeenteraad stelt een verordening vast die elke straat en weg in Nieuwveen een officiële naam geeft — voor het eerst.
Bij die gelegenheid worden de namen van de twee omgekomen verzetsmensen vastgelegd: de Stationsweg wordt de W.P. Speelmanweg en een deel van de Oude Nieuwveenseweg wordt de A.H. Kooistrastraat. Dat verklaart de straatnamen die Roovers steeds zonder toelichting gebruikt.
De Rijkstelefoon in Nieuwveen wordt geautomatiseerd, onder netnummer 01723.
Het eerste hulppostkantoor kwam er al in 1851, ten huize van burgemeester S. van Driel aan de huidige A.H. Kooistrastraat, naast het Raadhuis, in een kamer die als gemeentesecretarie diende. Hij was de eerste kantoorhouder, al heette dat toen nog brievengaarder.
Koningin Juliana is op werkbezoek in de Rijnstreek en gaat langs bij Huize St. Ursula aan de Dorpsstraat. Ze bleef er ongeveer drie kwartier.
In uitbreidingsplan Schoterveld opent confectieatelier Kwiek, met werk voor ongeveer 60 vrouwen. Uit Nieuwveen zelf komen er maar een paar meisjes werken.
De eerste woningen van Schoterveld verrijzen in de polder Nieuwkoop, ten westen van de W.P. Speelmanweg. Nooit eerder was er in het agrarisch gebied van de gemeente gebouwd.
Op het terrein van Huize St. Ursula opent een nieuwe school met twaalf klaslokalen en een gymzaal, voor het buitengewoon lager onderwijs.
Steeds meer forensen vestigen zich in uitbreidingsplan Schoterveld. Zij kopen eigen woningen, gebouwd met rijkspremie of in de vrije sector zonder overheidssteun. De samenstelling van de Nieuwveense bevolking verandert daardoor ingrijpend.
Confectieatelier Kwiek, in 1955 in Schoterveld begonnen, sluit. De gemeente koopt het pand en richt het in als gymzaal, vooral voor de leerlingen van de lagere scholen. 's Avonds gebruiken plaatselijke verenigingen het, onder wie gymnastiekvereniging Kwiek.
De Boerenleenbank (Raiffeisenbank) betrekt een nieuw pand aan de Oude Nieuwveenseweg, met de directeurswoning op de bovenverdieping.
Tegenover de rooms-katholieke kerk aan de Dorpsstraat opent de nieuwe rooms-katholieke kleuterschool Nieuwe Oogst. Op dat terrein stond honderd jaar lang de pastorie van de Nederlands-hervormde gemeente.
Oprichting van het Jostiband Orkest, als muziekclub van de JOhannes STIchting – vandaar de naam – door Wim Brussen en Frits van der Scheer. Het eerste optreden vindt plaats op 5 december 1966. Al vroeg sluiten ook bewoners van Huize Ursula zich aan.
Het orkest groeit later uit tot het grootste orkest ter wereld met uitsluitend musici met een verstandelijke beperking.
De Johannes Stichting besluit definitief zich uitsluitend te richten op de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.
De plannen voor een nieuwe christelijke kleuterschool in het Conradpark zijn ver gevorderd.
Nieuwveen bereikt 3000 inwoners. Daaronder vallen de bewoners van de Johannes Stichting en Huize St. Ursula: samen ongeveer 800 mensen, verpleegden en verplegend personeel. Beide instellingen waren in die jaren sterk gegroeid en landelijk bekend geworden.
Het kerkje van de Vereniging tot Evangelisatie uit 1870 wordt gesloopt. Op die plek komt het Nederlands-hervormde verenigingsgebouw 't Anker.
De gebouwen van coöperatie Ons Belang aan de Oude Nieuwveenseweg, uit 1905 en uitgebreid in 1912, gaan dicht. Een elektrotechnisch installatiebureau koopt ze.
Er wordt een nieuwe provinciale weg aangelegd, grotendeels op de oude spoorbaan tussen het voormalige station Nieuwveen aan de W.P. Speelmanweg en De Driesprong in Blokland. De weg wordt in het voorjaar van 1972 verwacht en moet het doorgaande verkeer uit het hart van het dorp halen, waar het elke dag voor opstoppingen zorgt.
In het Conradpark moet een nieuwe openbare lagere school komen.
Ook een gezondheidscentrum staat voor het Conradpark op de tekening.
De gemeenteraad van Nieuwveen, van oudsher zeven leden groot, gaat naar elf leden nu het dorp 3000 inwoners telt.
Nieuwveen wordt aangesloten op het landelijke aardgasnet. De kolenkachels van oudsher en de oliekachels op huisbrandolie die daarnaast in gebruik waren gekomen, verdwijnen bij bosjes; flessengas (butagas) voor verwarming raakt uit de tijd.
Aan het Jaagpad langs de Amstel is aardgas nog niet beschikbaar.
Hier houdt Roovers' reeks op. Alles hierna komt uit andere bronnen.
Hier houdt Roovers’ reeks op.
De reeks eindigt in 1970. Alles daarna is later opgezocht.
De nieuwe provinciale weg wordt voltooid; het laatste gedeelte wordt in 1972 in gebruik genomen, precies zoals in het originele stuk werd voorspeld. De weg ligt op het tracé van de opgeheven lokaalspoorlijn en ontlast het doorgaande verkeer door de bebouwde kom.
De weg heet later de N231; een deel ervan draagt tot op heden de naam "Oude Spoorbaan".
De Johannes Stichting verlaat Nieuwveen. Wegens ruimtegebrek verhuizen de bewoners naar een nieuw complex, De Hooge Burch in Zwammerdam.
Hiermee verdwijnt na 86 jaar de instelling die sinds de eerste steenlegging in 1888 midden in het dorp stond. De gebouwen aan de A.H. Kooistrastraat worden later afgebroken.
Ook het Jostiband Orkest verhuist mee; Zwammerdam is sindsdien de thuisbasis.
Nieuwveen telt 3.224 inwoners op een oppervlakte van 863 hectare.
Dat zijn er 224 meer dan de 3.000 van 1969, maar het dorp zelf groeide harder dan dat verschil doet vermoeden: in het cijfer van 1969 telden nog circa 800 verpleegden en verplegenden van de beide inrichtingen mee, en de Johannes Stichting vertrok in 1974 uit Nieuwveen.
Bij een gemeentelijke herindeling wordt het noordoostelijke deel van de polder Zevenhoven, "Blokland" genaamd, bij de gemeente Nieuwveen gevoegd. Voorheen behoorde dit gebied tot de gemeente Mijdrecht in de provincie Utrecht.
Het inwonertal stijgt hierdoor naar 3.597. De gemeente bestaat voortaan uit de kernen Nieuwveen, Blokland en een deel van Vrouwenakker.
De gemeente Zevenhoven wordt samengevoegd met de gemeente Nieuwveen. De nieuwe gemeente draagt voorlopig de naam Nieuwveen.
Daarmee komt een eind aan het zelfstandige bestaan van de buurgemeente waarmee Nieuwveen tot 1927 zelfs de burgemeester deelde.
De gemeente wordt omgedoopt tot LIEMEER. Na eeuwen verdwijnt de naam Nieuwveen als gemeentenaam van de kaart; het dorp blijft uiteraard bestaan.
De gemeente Liemeer omvat Nieuwveen, Zevenhoven, Noorden en Vrouwenakker.
De gemeentevlag uit 1968. In 1994 verdween de naam Nieuwveen als gemeentenaam, en de vlag met haar. Bekijk groter → De protestantse basisschool in Nieuwveen sluit haar deuren wegens een tekort aan leerlingen.
De gemeente Liemeer fuseert met Ter Aar en Nieuwkoop tot de nieuwe gemeente NIEUWKOOP. Liemeer telde in november 2006 nog 6.962 inwoners.
Het gemeentehuis van de nieuwe, veel grotere gemeente komt aan het Teylersplein in Nieuwveen te staan. Het dorp huisvest daarmee het bestuur van een gemeente van bijna 30.000 inwoners – een opmerkelijk vervolg op het Raadhuis dat in 1937 aan de A.H. Kooistrastraat in gebruik werd genomen.
De Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk van Nieuwveen fuseren tot één Protestantse Gemeente.
De diensten worden voortaan gehouden in de in 1832 voltooide voormalige Hervormde kerk aan de Kerkstraat, die bij de fusie de naam "DE ONTMOETINGSKERK" krijgt. Het in 1895 in gebruik genomen Gereformeerde kerkgebouw verliest hiermee zijn functie.
De kerk in 2022, inmiddels Ontmoetingskerk: de naam die bij de fusie hiernaast hoort. Bekijk groter →
Oprichting van de Parochiefederatie HH. Clara en Franciscus, waarin de in 1865 gestichte parochie H. Nicolaas opgaat. Later gaat deze verder als de Heilige Clara Parochie.
Het bestemmingsplan voor bedrijventerrein SCHOTERHOEK II wordt vastgesteld: een uitbreiding van circa 10 hectare aan de zuidkant van het dorp. De uitgifte van de eerste kavels is eind 2015 gepland.
De Jostiband viert zijn vijftigjarig bestaan met een concert in een uitverkochte Ziggo Dome in Amsterdam, in aanwezigheid van Koning Willem-Alexander.
Op Schoterhoek II wordt begonnen met de aanleg van een warmtenet. De warmtebron is het effluent – gezuiverd rioolwater – van de afvalwaterzuiveringsinstallatie Nieuwveen, gecombineerd met warmte-koudeopslag.
Het bedrijventerrein wordt volledig gasloos ontwikkeld. De bedrijven worden via een coöperatie gezamenlijk eigenaar van het net. Op 17 september 2021 worden naam en logo van het warmtenet onthuld.
Precies vijftig jaar na de aansluiting op het aardgasnet in 1970 zet Nieuwveen daarmee de eerste stap er weer vanaf.
Ipse de Bruggen stelt een investeringsplan op voor de periode 2020–2032 voor verduurzaming en vernieuwing van het vastgoed op Landgoed Ursula.
Op het landgoed van 40 hectare – voortgekomen uit het herenhuis dat Ds. Pieter Schoenmakers in 1848 aan de Dorpsstraat stichtte, via "Sassenoord" en "Huize Sint Ursula" van 1935 – wonen zo'n 450 à 500 mensen met een verstandelijke beperking. Er worden onder meer tachtig nieuwe zorgstudio's gebouwd, verdeeld over twee gebouwen.
Op het Weteringplein worden drie Stolpersteine onthuld voor de in 1943 weggevoerde en vermoorde joodse bewoners van de voormalige Johannesstichting.
De woonplaats Nieuwveen telt 4.559 inwoners, tegen 3.742 in 2013 – een groei van 22 procent in dertien jaar. Er zijn 1.641 woningen, waarvan ongeveer driekwart koopwoning.
De historische kern van het dorp is een beschermd dorpsgezicht.
Het bisdom Rotterdam stemt in met het afstoten van drie van de zes kerkgebouwen van de Heilige Clara Parochie. De H. Nicolaaskerk aan de Dorpsstraat – in gebruik genomen op 19 augustus 1867, met de door pastoor J.J. Bruijstens uit eigen zak betaalde toren uit 1886 – sluit in 2028.
Het parochiebestuur zet in op behoud van de monumentale panden met een nieuwe maatschappelijke functie.
De Jostiband bestaat zestig jaar en wordt door het Nationaal Comité 4 en 5 mei benoemd tot Ambassadeur van de Vrijheid.